Werk zit dieper dan inkomen
Als je in Nederland iemand voor het eerst ontmoet, is de tweede vraag bijna altijd: "Wat doe je voor de kost?" Daar zit meer achter dan beleefdheid. Werk is verweven met wie we zijn. Het geeft structuur, collega's, een reden om 's ochtends de deur uit te gaan. Het gevoel dat je toegevoegde waarde levert.
Dat verklaart waarom ik zelfs bij mensen met een heel negatief verwachtingspatroon vaak iets anders zie onder de oppervlakte. Ze zeggen dat het toch niks meer wordt. Maar diep in hun hart hopen ze dat er ergens weer perspectief komt. En als het uiteindelijk echt niet lukt, blijven ze zitten met een teleurstelling die verder gaat dan het verlies van inkomen. "Ik had eigenlijk wel gehoopt dat ik nog ergens aan de slag zou kunnen."
Dat is precies waarom werken naar vermogen niet over de wet gaat. Het gaat over perspectief teruggeven aan iemand die dat kwijt was.

Kijkt jouw organisatie bij verzuim vooral naar wat iemand niet meer kan?
Bespreek in een vrijblijvend adviesgesprek waar de ruimte zit om mensen weer perspectief te bieden.
Denken in mogelijkheden, niet in onmogelijkheden
Wat de markt structureel verkeerd doet, is denken in onmogelijkheden. We kijken naar wat iemand niet meer kan en concluderen dat er weinig overblijft. Terwijl iemand die fysiek of mentaal niet alles meer kan, nog steeds kennis, ervaring en een opleiding heeft. Je wordt niet handelingsonbekwaam omdat je iets mankeert.
Neem een man die ik ooit sprak. Hij was 58 en functioneel eenarmig na een oud ongeluk. Jarenlang had hij ermee kunnen werken, maar naarmate hij ouder werd, nam de pijn toe. Aan zijn keukentafel zei hij: "Je kunt hier een kop koffie drinken, maar ik verwacht niet dat hier nog iets uit komt."
We zijn het toch gaan proberen. Via een contact bij een arbodienst vond ik een plek waar hij afspraken kon inplannen, een halve dag per keer. Om negen uur begon hij, om één uur was de energie op. Dan moest hij stoppen, en dat zag je ook. Maar op die halve dagen ging het goed. Uiteindelijk vond hij vergelijkbaar werk bij een ander bureau en kwam daar in dienst. Voor zo'n man is het van enorme waarde dat hij weer collega's heeft, een werkgever, een reden om 's ochtends te gaan.
De cv-selectie schiet tekort
We selecteren in Nederland nog te vaak op een cv en twee gesprekken. Daarmee beoordeel je iemand op papier en op een momentopname. De vraag is hoe succesvol dat eigenlijk is.
Het UWV werkt al met proefplaatsingen, en daar zit wat mij betreft de toekomst. Laat iemand een paar maanden op proef werken. Je krijgt dan veel beter zicht op wat iemand wél en niet kan dan uit een cv ooit zou blijken. En het werkt twee kanten op. Lukt het na twee dagen niet, dan heb je geen lange procedure en geen getekend contract. Maar voor hetzelfde geld ontdek je dat iemand met beperkingen een hele waardevolle kracht is.
Wat bedrijven tegenhoudt om dit te proberen, is bijna altijd onzekerheid. De angst dat ze twee jaar financieel verantwoordelijk worden als het misgaat. Die angst is vaak onterecht. Wie via een re-integratiewerkplek werkt, ondervangt dat risico grotendeels. En zodra iemand door het UWV beoordeeld is, kan een werkgever terugvallen op de no-riskpolis. Veel werkgevers, ook de grote, weten simpelweg niet hoe dat zit.
Mensen willen meedoen
De kern is simpel. Mensen mankeren soms wat, maar hun zelfredzaamheid is daarmee niet verdwenen. Het zijn vaak mensen die jarenlang goed gefunctioneerd hebben en op een gegeven moment iets oplopen. Geef ze een kans, wees creatief in het zoeken naar wat past, en je ziet hoe belangrijk het voor iemand is om weer mee te doen.
Daarom kijk ik bij elke casus eerst naar de mogelijkheden. Niet omdat het altijd lukt, want dat is niet zo. Maar omdat de waarde van werk te groot is om iemand bij voorbaat af te schrijven.
Wil je verkennen hoe je binnen jouw organisatie meer kunt denken in mogelijkheden? Plan een vrijblijvend gesprek. Dan kijken we samen waar de ruimte zit.
Goed werk begint met Wijze Raad





